Para para paradise

Tegen het vallen van de avond worden we opgepikt door een kleine motorboot in de kleine baai van Tandanhangue. Licht euforisch bekijken we de verschillende paradijselijke eilanden die aan ons voorbij glijden en de dolfijnen die voor ons bootje opspringen in het licht van de ondergaande zon. Tot we vol in de wind en de bijbehorende golven van de oceaan komen. De metershoge golven maken ons bootje heel klein en we zijn dan ook binnen no-time helemaal doorweekt. Het bootje kan niet voluit varen in deze omstandigheden en het half uurtje varen wordt en stuk langer. Het is inmiddels bijna donker. Het enige dat ik kan denken is dat ik een niet verantwoorde activiteit heb ingepland. Als er maar niets mis gaat!

Anderhalf uur later, pikdonker, helemaal doorweekt en klappertandend, komen we aan in het warme schijnsel van de lampjes van ons hotel, dat pal aan het water ligt. De gastheer van Cinco Portas staat ons al ongerust op te wachten. Dat maakt weer veel goed.

Potholes
Zodra we de kustweg naar Mocimboa da Praia verlaten en zuidwaarts gaan, verandert de weg in een groot pothole veld. Er zijn meer gaten dan asfalt. Als snel blijkt dat slalommen niet meer helpt en ondergaan we gelaten het gebonk van de gaten die we raken. Als we afslaan naar naar Tandanhangue, is deze gravelweg een verademing! Eenmaal aangekomen in de baai van Tandanhangue vragen we ons af waar we de bewaakte carpark kunnen vinden voor onze auto. Al vrij snel dringt het tot ons door dat die halve omheining van riet rondom een grote boom toch echt de bedoelde carpark is….. Zeer aarzelend rijdt Johan de auto onder de boom en loopt nog eens een paar rondjes om de auto heen. Helaas hebben we geen andere keuze en we laten onze defender met uitrusting eenzaam achter.

Cinco Portas
Op de afgesproken tijd komt het bootje van het hotel dat we hebben geboekt, ons ophalen. Voor vertrek worden onze tassen helemaal ingepakt in zeildoek; misschien hadden we toen al argwaan moeten hebben. Het boottochtje dat zo mooi begint als we de baai uitglijden, verandert snel in een afschuwelijke tocht: in het donker, met scheppen zout water over ons heen, beuken we tegen de hoge golven in. Het is koud en de kinderen vinden het niet meer leuk. Ook lijkt de motor af en toe wat onregelmatig te klinken. Ik ben echt bang dat dit geen goede actie is. Dat maakt de aankomst in het hotel daarentegen extra fijn. De Spaanse gastheer en kok vertelt ons dat het Spaanse buffet voor vanavond het bijna klaar is, we kunnen zo de kamers in om ons de drogen en om te kleden en dompelen ons onder in de bijzondere en gastvrije sfeer van Cinco Portas

Ruines
De volgende ochtend zien we pas echt waar we terecht zijn gekomen. De omschrijving ´Ibo, Africa´s well kept travel secret´ doet zijn naam zeker eer aan. De vijf houten deuren van het hotel komen uit op een stille zandweg. Alsof de tijd honderd jaar heeft stilgestaan. Koloniale gebouwen markeren de zandweg, ruines uit langvervlogen tijden, met hier en daar nog prachtige details. Sommige gebouwen zijn opgeknapt en opnieuw in gebruik genomen, voor een hotel, de lokale school of de politie. Het merendeel van de gebouwen staat echter leeg en is veelal in vervallen staat. Soms laten de afgebladderde letters nog zien waar het ooit voor bedoeld was, zoals de Bank van India, de posterijen of het belastingkantoor. Een openstaande houten deur geeft soms wat zicht op het interieur dat begroeid is met vijgenbomen. Alle wegen komen ergens op de zee uit en op een aantal strategische plekken staan nog oude forten.

Zandbak
De sfeer laat zich moeilijk omschrijven. Ibo was een van de eerst bewoonde gebieden in Mozambique, nog voor de Portugezen kwamen. Behalve Portugese en Swahili invloeden, zijn er ook Indiase en Arabische kenmerken. Dat in bijna verlaten en vervallen staat. Sommige huizen moeten echter toch nog bewoond worden, want er lopen kinderen in schooluniform door de straten en peuters zitten tussen de ruines op de zandwegen te spelen met een bakje en een zeef. Er zijn bijna geen auto´s op het eilandje en de straat is de zandbak. Vanaf het dak van het fort hebben we een prachtig uitzicht over de heldere zee en de oude dhowhaven. Vrouwen kwebbelend bij de waterpomp, met hun gezichten ingesmeerd met een witte pasta van boombast. Een zilversmid die met een houten plankje en een pijpje zijn zilver smelt zoals dat vast lang geleden ook gebeurde. Vissers die loom langspeddelen in afgebladderde boten. Paradijsje.

Johan en de kinderen zijn met een dhow afgevaren naar een naburig eiland voor een bezoek aan de kokosnootplantage aldaar. Ze zullen lopend terugkomen (soort van wadlopen van eiland naar eiland, zeg maar) en daarom installeer ik me voorlopig aan het zwembad dat uitkijkt over de zee. Ondertussen nuttig mijn gefrituurde inktvisringen met rijst en pirri pirri saus en onwillekeurig komt dat melodietje naar boven, dat de kinderen al weken lang zingen: para para paradise, para para paradise, ohohohoho…….

Einen Kommentar schreiben

Du mußt angemeldet sein, um kommentieren zu können.